Opties


 

Wat zijn opties?


Een optie is een financieel contract dat de houder het recht geeft om een bepaald actief te kopen of verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs, de zogenaamde uitoefenprijs. Dit recht geldt tot een specifieke vervaldatum, waarna de optie zijn waarde verliest. Opties behoren tot de categorie van beleggingsinstrumenten, net als aandelen en obligaties.


Opties zijn afgeleide producten (derivaten), omdat hun waarde gebaseerd is op een onderliggend actief, zoals aandelen of grondstoffen. Een veelvoorkomende vorm is de aandelenoptie, waarbij een belegger het recht krijgt om een bepaald aantal aandelen (vaak in pakketten van 100) te kopen of verkopen tegen een vaste prijs. Het belangrijkste verschil met direct beleggen is dat de optiehouder niet verplicht is tot aankoop of verkoop – hij heeft slechts het recht om dit te doen.


Om een optie te kopen, betaalt de belegger een optiepremie. De hoogte van deze premie wordt bepaald door factoren zoals de koers van het onderliggende actief, de mate van koersschommelingen (volatiliteit) en de resterende looptijd van de optie.




Soorten opties: Call en Put


Er bestaan twee hoofdtypen opties:

1) Call-optie – Geeft de koper het recht om een actief te kopen tegen de uitoefenprijs
2) Put-optie – Geeft de koper het recht om een actief te verkopen tegen de uitoefenprijs.

Bij beide typen heeft de verkoper van de optie een verplichting: bij een call moet hij het actief leveren als de koper zijn recht uitoefent, en bij een put moet hij het actief afnemen.




Hoe werkt een call-optie?


Een call-optie wordt gekocht door beleggers die verwachten dat de koers van het onderliggende actief zal stijgen. Stel dat een belegger een call-optie koopt voor 100 aandelen van Bedrijf X tegen een uitoefenprijs van €50 per aandeel, met een premie van €2 per aandeel (totale kosten: €200).


Als de koers later stijgt naar €60, kan de belegger zijn recht uitoefenen en de aandelen voor €50 per stuk kopen. Deze kan hij vervolgens direct op de markt verkopen voor €60, wat een bruto winst van €10 per aandeel oplevert. Na aftrek van de premie blijft er een netto winst van €8 per aandeel over (€800 in totaal).


Als de koers echter niet stijgt, verliest de belegger alleen de betaalde premie (€200).





Hoe werkt een put-optie?


Een put-optie wordt gebruikt door beleggers die een daling van de koers verwachten. Bijvoorbeeld: een belegger koopt een put-optie voor 100 aandelen van Bedrijf Y tegen een uitoefenprijs van €40, met een premie van €1,50 per aandeel (totale kosten: €150).


Zakt de koers later naar €30? Dan kan de beleger eerst aandelen tegen €30 kopen en deze via de put-optie voor €40 verkopen. De winst bedraagt dan €10 per aandeel, minus de premie, wat een netto winst van €8,50 per aandeel oplevert (€850 in totaal).


Blijft de koers stabiel of stijgt hij? Dan loopt de belegger alleen het risico van de betaalde premie.





Risico’s van opties

Kopers
 riskeren alleen hun premie.
- Verkopers lopen mogelijk veel hogere risico’s:

1) Een call-verkoper moet mogelijk tegen een lagere prijs leveren als de koers stijgt. Let op, verkopers van opties hebben geen recht, maar een plicht.
2)Een put-verkoper moet mogelijk tegen een hogere prijs kopen als de koers daalt. Let op, verkopers van opties hebben geen recht, maar een plicht.


Opties worden ook gebruikt voor risicobeheer (hedging). Bijvoorbeeld: een luchtvaartmaatschappij kan call-opties op brandstof kopen om zich in te dekken tegen prijsstijgingen.